Op 26 september was het Suikermaxdag. Volgens de berekening van Foodwatch had een gemiddeld Nederlands kind tussen de 4 en 11 jaar op die dag al evenveel vrije suiker gegeten als de WHO voor een heel jaar als maximum adviseert. Voor de rest van het jaar is alles extra.
Het makkelijke verhaal is dat kinderen te veel snoepen. Het echte verhaal is ongemakkelijker. Een flink deel van die suiker zit in producten die ouders juist kopen omdat ze verantwoord lijken.
Kinderen van 4 tot 11 jaar halen gemiddeld 13,6 procent van hun energie uit vrije suikers. De WHO adviseert maximaal 10 procent, liefst 5. Het grootste deel komt uit snoep en suiker, maar bijna een kwart uit drinken. Sinds februari 2026 mogen voedingsbedrijven geen reclame meer richten op kinderen onder de 13, maar de verpakking in het schap doet nog steeds haar werk. Niet meer met tekenfilmfiguren, wel met claims die gezond klinken en niets over suiker zeggen. Onderaan lees je hoe je dat in twintig seconden doorziet.
Hoe komen ze aan 26 september?
De berekening is simpeler dan hij klinkt.
Het RIVM meet in de Voedselconsumptiepeiling wat Nederlanders eten. Uit de meest recente peiling (2019-2021) blijkt dat kinderen van 4 tot 11 jaar gemiddeld 13,6 procent van hun dagelijkse energie uit vrije suikers halen. De WHO legt de grens op maximaal 10 procent.
Dat is 36 procent meer dan het maximum. Wie elke dag 36 procent te veel eet, heeft zijn jaarbudget na ongeveer driekwart jaar op. Eind september dus.
Twee kanttekeningen, omdat ze kloppen:
- Het is een gemiddelde. Het ene kind zit in juni al over de grens, het andere haalt december niet. De datum is een manier om een percentage voelbaar te maken, geen meting van jouw kind.
- Het is een WHO-grens, geen Nederlandse. De Gezondheidsraad geeft geen maximum voor suiker per dag. De WHO wel, en die grens is internationaal de gangbare maat.
Er is ook goed nieuws. Tussen de peilingen van 2012-2016 en 2019-2021 is de inname van vrije suikers in Nederland gedaald. Foodwatch schrijft die daling vooral toe aan bewustere keuzes van consumenten, niet aan fabrikanten die hun recepten hebben aangepast. Ouders doen het dus zelf.
Wat zijn vrije suikers eigenlijk?
Niet alle suiker telt mee. Dat is belangrijk, want anders wordt een appel ineens verdacht.
Vrije suikers zijn:
- suiker die een fabrikant of jij zelf toevoegt, in koek, snoep, frisdrank, yoghurtdrank, saus of beslag;
- suiker die van nature in honing en siropen zit;
- suiker in vruchtensap en vruchtensapconcentraat.
Geen vrije suikers zijn:
- de suiker in een heel stuk fruit;
- de lactose die van nature in melk en gewone yoghurt zit.
Het verschil zit in de structuur. In een appel zit de suiker opgesloten in de vrucht, samen met vezels, en je moet erop kauwen. In appelsap is die structuur weg. Daarom telt een glas sap wel mee en een appel niet, ook al komt de suiker uit dezelfde boom.
Hoeveel is 10 procent?
Voor een kind van een jaar of zeven, met een energiebehoefte van rond de 1.600 kilocalorieën per dag, komt 10 procent neer op ongeveer 40 gram vrije suikers. Dat zijn zo'n tien theelepels. De WHO-grens van 5 procent, die de WHO aanraadt voor extra gezondheidswinst, is de helft: vijf theelepels.
Dat klinkt als veel ruimte. Tot je gaat optellen.
- Een glas sinaasappelsap van 150 ml bevat al gauw 13 gram suiker. Ruim drie theelepels, en dat telt volledig als vrije suiker.
- Een koekreep van 25 gram die voor een kwart uit suiker bestaat, voegt er ruim 6 gram aan toe.
- Een schaaltje vruchtenyoghurt of een pakje yoghurtdrank levert vaak nog eens meerdere theelepels toegevoegde suiker.
Ontbijt, drinken op school en één tussendoortje, en je zit richting de helft van het dagmaximum. Zonder dat er iets bij zat wat je snoep zou noemen.
Waar komt de suiker vandaan?
Volgens de RIVM-cijfers komen de vrije suikers bij kinderen uit deze productgroepen:
| Productgroep | Aandeel in vrije suikers |
|---|---|
| Suiker en snoepgoed | 28% |
| Niet-alcoholische dranken | 23% |
| Zuivel | 13% |
| Koek en gebak | 10% |
| Sauzen en smaakmakers | 7% |
Kijk naar de tweede en derde regel. Samen ruim een derde van alle vrije suiker, uit drinken en zuivel. Dat zijn geen producten waar ouders de rem op zetten. Dat zijn producten die op tafel staan omdat ze bij een normale dag horen.
Daar komt bij: Foodwatch liet eerder in een laboratorium tussendoortjes onderzoeken die als verantwoord worden gepresenteerd. Koeken met vruchtenvulling, melkbiscuits, rozijnenbollen en kruidkoekrepen bleken voor 20 tot 40 procent uit suiker te bestaan.
Het zijn precies die producten die in de lunchtrommel belanden omdat ze níét op snoep lijken.
Van tekenfilmfiguur naar gezondheidsbelofte
Sinds 1 februari 2026 geldt een strengere Reclamecode voor Voedingsmiddelen. De belangrijkste veranderingen:
- Voedingsbedrijven mogen geen reclame meer richten op kinderen onder de 13 jaar. Daarvoor lag die grens op 7 jaar.
- Bekende animatiefiguren mogen niet meer op de verpakking van producten die niet aan de voedingskundige criteria voldoen.
- Influencers tellen voortaan als kinderidool en mogen niet worden ingezet in reclame voor kinderen onder de 13.
- Rondom scholen en kinderopvang geen posters of billboards meer voor producten die niet aan de criteria voldoen.
- Voor bestaande campagnes en mediacontracten geldt een overgangstermijn van twaalf maanden.
Dat is vooruitgang. Maar het is zelfregulering van de sector zelf, en een wettelijke regeling tegen kindermarketing voor ongezonde producten, die het kabinet sinds 2022 aankondigt, is op het moment van schrijven nog niet van kracht.
En let op wat er níét verandert. De verpakking blijft een advertentie. Als de tekenfilmfiguur moet verdwijnen, blijft de ruimte op de voorkant bestaan. Die wordt gevuld met iets anders.
Kijk de komende keer in het koekjesschap maar eens naar wat er groot op de voorkant staat:
- "Met echt fruit." Klopt vaak. Zegt niets over hoeveel suiker er daarnaast in zit.
- "Bron van vezels" of "met volkoren." Kan waar zijn, ook als suiker het tweede ingrediënt is.
- "Rijk aan calcium" of "met vitamine D." Toegevoegd of van nature aanwezig, en ondertussen staat de suiker gewoon in de tabel op de achterkant.
- "Zonder kunstmatige kleurstoffen." Een belofte over iets wat er niet in zit, terwijl de vraag is wat er wél in zit.
- "Kinderportie" of "lekker voor tussendoor." Suggereert dat de hoeveelheid al voor je is afgewogen.
Geen van deze claims is verboden. De meeste zijn letterlijk waar. Juist daarom werken ze: ze geven een ouder die in dertig seconden moet kiezen een reden om niet om te draaien.
Dit is precies het mechanisme waar Jordy tijdens zijn studie tegenaan liep, en de reden dat Snack Rebels bestaat. Niet omdat suiker verboden moet worden, maar omdat de keuze eerlijk moet kunnen zijn.
Een etiket lezen in 20 seconden
Draai het om. Altijd. En doe dan drie dingen.
1. Kijk bij "waarvan suikers" en reken per portie. Niet per 100 gram, maar per stuk of per glas dat je kind echt eet. Deel door vier en je hebt het aantal theelepels. Een koekreep van 30 gram met 30 gram suiker per 100 gram: 9 gram suiker, ruim twee theelepels.
2. Lees de ingrediëntenlijst. "Waarvan suikers" maakt geen onderscheid tussen suiker uit melk, uit fruit of uit een zak kristalsuiker. De ingrediëntenlijst wel. Die staat op volgorde van gewicht. Staat suiker bij de eerste drie, dan is het een belangrijk bestanddeel.
Suiker heeft veel namen. Deze betekenen allemaal hetzelfde voor de teller: suiker, glucosestroop, glucose-fructosestroop, dextrose, fructose, invertsuikerstroop, honing, (vruchten)siroop, vruchtensapconcentraat, druivensuiker. Staan er drie of vier van in de lijst, dan is de suiker verdeeld over meerdere namen. Opgeteld kan het dan alsnog het grootste ingrediënt zijn.
3. Negeer de voorkant tot je de achterkant hebt gelezen. De voorkant is geschreven om je te overtuigen. De achterkant is geschreven omdat het moet.
Wat wel werkt, zonder er een oorlog van te maken
Suiker helemaal schrappen is onrealistisch en ook niet nodig. Een verjaardag is een verjaardag. Wat het verschil maakt, zijn de dingen die elke dag terugkomen.
- Begin bij drinken. Bijna een kwart van de vrije suiker komt uit dranken. Water en melk als standaard, sap en limonade als uitzondering, levert meer op dan welk tussendoortje dan ook.
- Vaste eetmomenten. Het Voedingscentrum adviseert kinderen maximaal vier keer per dag iets tussendoor te geven, op vaste momenten. Minder vaak eten betekent minder vaak suiker op het gebit.
- Fruit heel in plaats van als sap of reep. Een appel en een glas appelsap leveren ongeveer dezelfde suiker, maar alleen het sap telt als vrije suiker.
- Zelf maken waar het kan. Wie zelf pannenkoeken bakt of een bananenbrood maakt, bepaalt zelf of er suiker bij gaat, en hoeveel stroop erop komt. Dat is geen principe, dat is gewoon controle.
- Geen commentaar, wel een voorbeeld. Kinderen eten wat ze hun ouders zien eten, vaker dan wat hun ouders zeggen dat goed is.






